Belastingen: een punt waar je als ondernemer mee te maken krijgt, maar een principe dat aan elkaar hangt van onduidelijkheden, tarieven, percentages en drempelbedragen. Hoeveel belasting moet je nu betalen als ondernemer?

Voor veel ondernemers is de belastingaangifte weer een spannend moment: ‘Hoeveel belasting moet ik dit jaar betalen?’ ‘Heb ik wel genoeg geld om de belasting te betalen?’ ‘Ik heb wel gespaard, maar ik heb geen idee of dat voldoende is.’

Hele terechte vragen en de verwarring over de belastingen die je als ondernemer betaalt, is meer dan terecht. Daarom nu tijd voor wat meer duidelijkheid. Allereerst dien je onderscheid te maken in twee verschillende soorten belasting die je als ondernemer met een eenmanszaak of VOF betaalt:

In deze blog ga ik ervan uit dat je een eenmanszaak of VOF hebt. Ben je DGA in dienst van je eigen B.V.? Dan betaal je loonheffing over je eigen salaris en vennootschapsbelasting over de winst uit onderneming. Wil je weten wanneer het een geschikt moment is om over te stappen van een eenmanszaak naar een B.V.? Lees dan deze blog.

Inkomstenbelasting

Als ondernemer betaal je jaarlijks inkomstenbelasting over de winst uit onderneming in Box I. Deze aangifte doe je jaarlijks en dient voor 1 mei van het nieuwe jaar bij de Belastingdienst binnen te zijn. Het reserveren van een bedrag voor deze aangifte wordt ingewikkelder door een aantal regelingen en regels:

  • In Box I betaal je volgens het progressieve stelsel. Dit houdt in dat wanneer je winst uit onderneming hoger is, je ook meer gaat betalen. Deze percentages lopen als volgt op (percentages aangifte IB 2019):
SchijfBelastbaar inkomenPercentage
1t/m 20.384 euro36,65%
2vanaf 20.385 t/m 34.300 euro38,10%
3vanaf 34.200 t/m 68.507 euro38,10%
4vanaf 68.507 euro51,75%
  • Als ondernemer heb je onder voorwaarden recht op ondernemersaftrekposten, zoals de startersaftrek, de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Deze aftrekposten verlagen je winst uit onderneming waardoor je over een lager bedrag belasting betaalt. Vermenigvuldig je namelijk je winst uit onderneming voor aftrek met het percentage uit bovenstaande tabel, dan reserveer je te veel (ook niet erg, dat zijn de leukere verrassingen, maar ik kan me voorstellen dat je betere investeringen voor je geld kan bedenken).
  • Zowel in loondienst als ondernemer, kun je recht hebben op algemene heffingskorting en arbeidskorting. Maar ook deze kortingen zijn weer afhankelijk van de omvang van je winst uit onderneming. De algemene heffingskorting bedraagt tot een belastbaar inkomen van 20.384 euro 2.477 euro. Vanaf 20.385 euro tot en met 68.507 euro aan belastbaar inkomen is dit een rekensom op basis van: 2.477 euro 5,147% (belastbaar inkomen minus 20.384 euro). Vanaf 68.507 euro krijg je geen algemene heffingskorting meer. De arbeidskorting kan variëren van 0 tot 3.399 euro (bedragen 2019).

De Belastingdienst heeft het over belastbaar inkomen. Je belastbaar inkomen uit werk en woning bestaat uit je inkomen uit loondienst (indien van toepassing), correctie voor je eigen woning forfait (bij bezit van een eigen woning) en je winst uit onderneming (wanneer je ondernemer bent).

Hoeveel moet je opzij zetten voor de inkomstenbelasting?

Op basis van de verschillende regelingen, kortingen en percentages is het dus niet zomaar te zeggen hoeveel je moet reserveren. Reserveer je bij een winst uit onderneming van 20.000 euro 36,65% voor de inkomstenbelasting, dan reserveer je waarschijnlijk te veel. Om een indruk te krijgen van de inkomstenbelasting die je betaalt, hierbij een overzicht van verschillende mogelijkheden.

Rekenvoorbeeld

Let op: alle bedragen zijn zonder BTW en er is gerekend met percentages uit 2019. Onder winst voor belasting verstaan we omzet minus kosten.

Winst voor belasting10.00025.00035.00050.00075.000100.000
Zelfstandigenaftrek (2019)7.2807.2807.2807.2807.2807.280
Startersaftrek (2019)2.1232.1232.1232.1232.1232.123
Winst na ondernemersaftrek59715.59725.59740.59765.59790.597
MKB winstvrijstelling (2019)842.1843.5845.6849.18412.684
Belastbaar inkomen51313.41322.01334.91356.41377.913
Inkomstenbelasting Box I1884.9168.09213.00621.19831.401
Algemene heffingskorting (2019)2.4772.4772.3931.7296230
Arbeidskorting (2019)1753.3993.3432.4439430
Inkomstenbelasting Box I – na kortingen002.3568.83419.63231.401
Winst na belasting10.00025.00032.64441.16655.36868.599

In de rij ‘Inkomstenbelasting Box I – na kortingen’ vind je het bedrag dat je zou moeten reserveren voor de jaarlijkse inkomstenbelasting. Zoals je ziet is dit bij een bruto winst nul. Dit houdt in dat je, na aftrek van de ondernemersaftrek, MKB winstvrijstelling en kortingen, geen inkomstenbelasting hoeft te betalen.

Let er wel op dat je minimaal dient te voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de ondernemersaftrekposten. Bovendien zijn bovenstaande voorbeelden slechts indicaties en kunnen nooit exact op jouw situatie van toepassing zijn. Ook je woning en het inkomen van je partner is van invloed op de bedragen die je in jouw aangifte in dient te vullen. Daarnaast dien je ook premies volksverzekeringen te betalen. Op de website van de Belastingdienst staan de actuele percentages.

BTW

BTW betaal je per kwartaal over je omzet. Afhankelijk van de producten of diensten die je levert, is dit 21%, 9% of 0%. De BTW die je hebt betaald over je inkopen mag je hier vanaf halen, dit is de voorbelasting. Ook deze voorbelasting kan variëren van 21%, 9% of 0%.

Wil je weten hoe je nu praktisch je aangifte BTW invult? In deze blog leg ik het stap voor stap uit.

Hoeveel moet je opzij zetten voor de BTW?

Het lastige van BTW is dat je hem wel moet vermelden op je facturen en dat je het van je klanten gewoon gestort krijgt op je rekening. Maar in feite is het gedeelte aan BTW helemaal niet jouw geld, het is van de Belastingdienst. Wen jezelf dus aan om altijd naar je omzet (maar ook je kosten), zonder BTW te kijken. Dit is namelijk wel écht van jou.

Gedurende het kwartaal kun je in de gaten houden hoeveel BTW je moet betalen door de BTW van al je verkoopfacturen op te tellen. Dit is je te betalen BTW. Maar je hebt ook nog te maken met de voorbelasting, de BTW die je betaalt over je kosten. Op basis van eerdere kwartalen kun je een inschatting maken van je kosten en hierover de BTW (21, 9 of 0%) bepalen.

Rekenvoorbeeld

Gedurende het kwartaal heb je 10 facturen verstuurd met in een totaal bedrag van 12.000 euro. Iedere factuur bestaat uit 1.200 euro plus 252 euro (21% BTW). Je krijgt in totaal van de klant 1.452 euro gestort, maar hier is dus 252 euro niet van jou, maar van de Belastingdienst. Over deze 10 facturen in het kwartaal, dien je dus 10 keer 252 euro = 2.520 euro te betalen.

Aan de andere kant maak je ook kosten waar je 21% BTW over betaalt. Je hebt bijvoorbeeld maandelijks een internet- en telefoonrekening van 100 euro plus 21% BTW. Je betaalt dus 121 euro. Deze 21 euro BTW mag je aftrekken van je te betalen BTW. Bereken je dit over het hele kwartaal is dit 63 euro aan voorbelasting.

Per saldo betaal je dus over dit kwartaal: 2.520 euro te betalen BTW minus 63 euro aan voorbelasting = 2.457 euro. Reserveer in dit geval dus 2.457 euro voor te betalen BTW.

Tip: Zet in ieder geval het bedrag aan te betalen BTW apart vanuit je verkoopfacturen. Je kunt dit doen door bij iedere verkoopfactuur het BTW bedrag direct op een andere rekening te zetten zodat je altijd genoeg hebt om dit te kunnen betalen.

Ben je een kleine ondernemer? Misschien kom je in aanmerking voor de KOR. Lees hier meer over deze korting op de BTW. Let wel op dat deze regeling per 2020 wordt aangepast, zie hier voor de laatste updates.


Belasting betalen als ondernemer