Je snapt het principe achter BTW. Maar hoe vul je dan zo’n aangifte in? Wat moet in welk vak komen te staan? In dit artikel leg ik het je stap voor stap uit. Houd deze uitleg er dan ook bij wanneer je je aangifte BTW gaat invullen.
Rubriek 1: Prestaties binnenland
1a. Leveringen/ diensten met hoog tarief: In de kolom ‘bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend’ vul je het totaal aan omzet in die je hebt gefactureerd in deze periode. Dit is dus de omzet exclusief BTW. Met hoog tarief bedoelen ze 21% BTW. Je hebt bijvoorbeeld EUR 1.000,- gefactureerd met 21% BTW hierover gerekend, dan vul je in het eerste vak EUR 1.000,- in en in het tweede vak EUR 210,-.
1b. Leveringen/ diensten met laag tarief: Deze rubriek vul je op dezelfde manier in als rubriek 1a, maar dan voor leveringen of diensten met 9% BTW.
1c. Leveringen/ diensten met overige tarieven, behalve 0%. Deze rubriek vul je op dezelfde manier in als rubriek 1a, maar dan voor leveringen of diensten overige BTW tarieven (deze rubriek zie je in de praktijk vrijwel nooit, dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een sportkantine).
1d. Privégebruik. Deze rubriek vul je in bij de laatste aangifte van het jaar. Je corrigeert hierbij voor goederen of diensten die je in aftrek hebt genomen, maar die geheel of gedeeltelijk privé zijn geweest. Den aan privé gebruik auto van de zaak, gas water, elektra, telefoon, bedrijfsmiddelen. Lees hiervoor deze blog. Vul hier het bedrag aan BTW in dat valt onder je privégebruik.
Voorbeeld privé gebruik auto van de zaak:
- BTW privégebruik over werkelijk gereden privékilometers.
- Blijken privékilometers niet uit administratie, dan betaal je 2,7% over de catalogusprijs van de auto.
- Voorbeeld: auto van de zaak heeft een catalogusprijs van 45.000 euro en je kunt het privégebruik niet vaststellen. Dan betaal je BTW privégebruik van 2,7% * 45.000 euro = 1.215 euro.
- Uitzondering: 1,5% ipv 2,7% bij bijvoorbeeld marge auto’s.
1e. Leveringen/ diensten met 0% of niet bij u belast: Deze rubriek vul je op dezelfde manier in als rubriek 1a, maar dan voor leveringen of diensten met 0% BTW. Let op: hieronder vallen niet leveringen of diensten binnen en buiten de EU, daar is een aparte rubriek voor.

Rubriek 2: Verleggingsregelingen binnenland
2a. Leveringen/ diensten waarbij de omzetbelasting naar u is verlegd. •Deze vraag is alleen van toepassing als BTW naar jou is verlegd vanuit Nederland. Gaat het om verlegde BTW vanuit het buitenland? Dan geldt rubriek 4. De verleggingsregeling komt voor bij onderaanneming en het uitlenen van personeel in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaakbedrijven en hovenier, afval en oude materialen. Vul hier je omzet in en reken uit hoeveel BTW er naar je is verlegd.
Gaat het om een buitenlandse afnemer? Dan vul je rubriek 3 in (Prestaties naar of in het buitenland).
Rubriek 3: Prestaties naar of in het buitenland
Zodra je zaken gaat doen met het buitenland, is deze rubriek relevant. Ga je factureren aan het buitenland dan maak je onderscheid tussen:
- Binnen of buiten EU; én
- Leveringen van goederen of diensten; én
- B2C of B2B (is je klant wel of niet BTW plichtig)
BTW binnen EU
- Levering van goederen:
- B2C: BTW aangifte in land van levering.
- Uitzondering: < 10K, dan Nederlandse BTW (verkoop van digitale diensten vallen hier ook onder).
- One Stop Shop regeling (OSS/ Unieregeling): BTW aangifte in 1 EU land
- B2B: 0% BTW
- B2C: BTW aangifte in land van levering.
- Levering van diensten:
- B2C: Nederlandse BTW (geen ICP aangifte)
- B2B: BTW verlegd (wel ICP aangifte)
BTW buiten EU
- Levering van goederen:
- B2C/ B2B: 0% BTW
- Levering van diensten:
- B2C/ B2B: geen BTW (niet in je BTW aangifte).
Controleer altijd goed of je het juiste BTW tarief hebt opgenomen in jouw unieke situatie
3a. Leveringen naar landen buiten de EU (uitvoer). Vul hier de omzet in van de goederen die je hebt uitgevoerd naar landen buiten de EU. Je hoeft hier alleen het bedrag aan omzet in te vullen (hierop zit geen BTW).
3b. Leveringen naar of diensten in landen binnen de EU. Dit zijn de zogenaamde intracommunautaire leveringen. Je levert in dat geval goederen aan een ander EU land én de afnemer is BTW verschuldigd over deze goederen (bijvoorbeeld Google opbrengsten). Ben hier heel alert (ik heb dit in de praktijk veel fout zien gaan). Bij twijfel: neem contact op met een btw-specialist.
Heb je deze rubriek ingevuld? Houd er dan ook rekening mee dat je een ICP aangifte moet invullen.
3c. Installatie/ afstandsverkopen binnen de EU. Installeer of monteer je goederen in een ander EU land. Verkoop je goederen in de EU aan klanten die geen BTW aangifte doen (bijvoorbeeld webshop met particuliere klanten in België). Mogelijk om de Unieregeling te gebruiken, dan hoef je deze rubriek 3c niet in te vullen.
Let op de drempel van maximaal 10.000 euro omzet afstandsverkopen.
Rubriek 4: Prestaties vanuit het buitenland aan u verricht
4a. Leveringen/ diensten uit landen buiten de EU. Heb je goederen of diensten buiten de EU ingekocht? Vul dan in de linker kolom de waarde van de goederen in en in de rechter kolom de omzetbelasting over dit bedrag. Je hoeft dit niet te splitsen naar verschillende tarieven. Deze omzetbelasting wordt automatisch verrekend in rubriek 5b en krijg je dus terug.
4b. Leveringen/ diensten uit landen binnen de EU. Vul deze categorie in zoals rubriek 4a, maar dan voor leveringen of diensten binnen de EU.
Let op! Koop je jaarlijks voor meer dan EUR 400.000,- in in het buitenland? Dan dien je hier een opgave van te doen aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Rubriek 5: Voorbelasting en totaal
5a. Omzetbelasting (rubrieken 1 t/m 4).Deze kolom hoef je niet in te vullen, maar betreft een automatische berekening van de rubrieken 1 tot en met 4.
5b. Voorbelasting. In deze kolom vul je de BTW in die je hebt betaald op je goederen of diensten die je hebt ingekocht. Inclusief de BTW van goederen of diensten die je in rubriek 4a en 4b hebt ingevuld.
Rekenvoorbeeld BTW voorbelasting: je hebt voor EUR 500,- ingekocht in Nederland, hier heb je EUR 105,- BTW over betaald. Vul dan EUR 105,- in. De waarde van je inkoop zelf (in dit geval EUR 500,-) hoef je niet in te vullen.
5c. Subtotaal (rubriek 5a min 5b). Deze kolom hoef je ook niet in te vullen, maar is een optelsom en berekent het systeem zelf (zo’n slim systeem).
Het aangifte pakket geeft een te betalen of te ontvangen bedrag weer. Moet je geld betalen aan de Belastingdienst? Zorg dat dat dit voor de eerste van de maand na de maand waarin je de aangifte moest invullen op de bankrekening van de Belastingdienst staat. Doe je dit niet, legt de Belastingdienst zonder pardon EUR 50,- aan boete op vanwege te laat betalen.
Uiterste betaaldata BTW
| Kwartaal | Betrekking op periode (aangiftetijdvak) | Uiterste aangifte -en betaaldatum |
| 1 | 1 januari – 31 maart | 30-apr |
| 2 | 1 april – 30 juni | 31-jul |
| 3 | 1 juli – 30 september | 30-okt |
| 4 | 1 oktober – 31 december | 31-jan |
Geld terug krijgen?
Krijg je geld terug van de Belastingdienst? Dan storten ze dit vanzelf terug. Dit gaat vaak redelijk snel (2-3 weken). Kijk wel even of ze het juiste bankrekeningnummer van je hebben. Dit kun je zien als je inlogt op Mijn Belastingdienst Zakelijk.
Tip: Ik haal mijn BTW aangifte rechtstreeks uit mijn boekhoudpakket. Als ik alle facturen heb ingeboekt, is het doen van de aangifte een kwartier werk. Wil je net als ik gebruik maken van e-boekhouden.nl? Via deze link kun je het 15 maanden gratis proberen. In deze video geef ik meer informatie over de keuze van het beste boekhoudpakket.
Wil je meer van dit soort praktische tips? In mijn e-book ‘De praktische gids voor startende ondernemers’, vind je alles wat je wilt weten op het gebied van belastingen, administratie en zakendoen (maar dan leuk).
Laatste update: april 2026


