Video: Eindejaarstips voor ondernemers

In deze video geef ik praktische eindejaarstips voor ondernemers. Ik ga het hebben over tips voor je administratie, je laatste aangifte btw en je aangifte inkomstenbelasting. Bekijk nu de volledige video: 

Zo werkt het: de auto van de zaak

De auto van de zaak: Je hoort het denk ik wel vaker als je met mede-ondernemers spreekt. ‘Ik heb de auto op de zaak staan’ hoor je dan. Maar wat betekent dit? En waar moet je rekening mee houden? Ik zet het voor je op een rijtje. 

Privé of zakelijk je auto rijden

In een groot aantal beroepsvelden ontkom je niet aan een auto. Ik ben ook vaak onderweg van de ene naar de andere klant. Maar zet je je auto op de zaak? Of blijf je hem liever privé rijden? Ook hier heeft de belastingdienst regels voor opgesteld.

Deze regels zijn afhankelijk van de hoeveelheid privé kilometers die je met je auto rijdt.

  • Optie 1: Je rijdt 500 kilometer of minder per jaar met je auto privé. In dit geval ziet de belastingdienst je auto als ondernemingsvermogen. Je gebruikt hem namelijk vooral voor zakelijk gebruik. Je zet je auto dan dus op de zaak. Voordeel daarvan is dat je je autokosten van je winst mag aftrekken. De meest voorkomende autokosten zijn:

 

  • Optie 2: Je rijdt meer dan 500 kilometer per jaar met je auto privé. In dit geval heb je de keus in je inkomstenbelasting of je de auto privé houdt of als ondernemingsvermogen ziet (en dus op de zaak zet). Let op dat je deze keuze maar één keer mag maken per auto. Je geeft de keuze hiervan door in je eerste aangifte inkomstenbelasting die je doet nadat je de auto kocht.
    • Je auto blijft privé bezit: Op het moment dat je de auto voor zakelijke ritten gebruikt (bijvoorbeeld als je naar een klant rijdt), mag je EUR 19 cent per kilometer van je winst aftrekken.
    • Je auto wordt ondernemingsvermogen: In dit geval gelden dezelfde regels zoals ik bij optie 1 heb geschetst en mag je genoemde kosten van je winst aftrekken. Het enige verschil met optie 1 is dat je je privégebruik moet verrekenen met je autokosten.

En dan de BTW

Dat BTW een complex iets is, ben je denk ik als ondernemer snel achter. Maar wist je dat je ook rekening moet houden met BTW ten aanzien van je autokosten?

Voor de BTW moet je namelijk weer de keuze maken of je je auto ziet als privé bezit, of als ondernemingsvermogen. Het maakt daarbij niet uit welke keuze je hierboven al gemaakt hebt. Het kan dus zo zijn dat je de auto voor de inkomstenbelasting privé rijdt, en voor de BTW zakelijk.

  • Optie 1: De auto is ondernemingsvermogen voor de BTW: Je kunt de BTW aftrekken van de aanschafkosten, onderhoudskosten en gebruik. Let er wel op dat hier ook BTW belaste omzet tegenover moet staan. Lever je alleen BTW onbelaste diensten, heeft deze optie niet zoveel zin. Daarnaast betaal je BTW over je werkelijk privé gebruik. Houd je hiervoor geen kilometer administratie bij? Dan geldt dat je BTW van 2,7% over de catalogus waarde moet betalen.
  • Optie 2: De auto is privé bezit voor de BTW: Je kunt de BTW aftrekken voor kosten voor gebruik en onderhoud. Hierbij geldt ook weer de regel dat je de auto moet gebruiken voor BTW belaste omzet. Voor wat betreft het privé gebruik kun je geen BTW aftrekken. Woon- werkverkeer geldt hierbij ook als privé gebruik.

En nu?

Complex? Jazeker. Maar je kunt er wel flink wat voordelen uithalen als je dit goed opzet. Reken daarom goed de verschillende opties door en kijk wat in jouw situatie het meest voordelig is. Voor iedere ondernemer is dit namelijk anders. Heb je vragen, laat het me weten!

the happy financial

Wanneer ben je fiscaal partner?

Een vast onderdeel bij het invullen van je aangifte inkomstenbelasting: De vraag of je een fiscaal partner hebt. Maar wanneer ben je nu eigenlijk fiscaal partner? En wat zijn de gevolgen hiervan? Ik zet het voor je op een rijtje. 

In het voorjaar is het weer tijd voor de aangifte inkomstenbelasting (IB). In eerdere blogs leg ik uit wat de verschillen zijn tussen box 1, box 2 en box 3. Een andere vraag die ik veel krijg over de aangifte is het begrip fiscaal partnerschap.

Wanneer ben je fiscaal partner?

Als je getrouwd of geregistreerd partner bent, is de vraag niet zo lastig. Je bent dan automatisch fiscaal partner. Ongehuwd samenwonenden die samen een kind hebben, vallen ook onder het begrip fiscaal partnerschap.

Wist je dat als je je partner hebt aangemeld voor je partnerpensioen, je ook automatisch fiscaal partner bent (lees hier waarom je dat zou moeten doen)?

Ook als je samen eigenaar bent van een woning, waar je dan ook allebei woont, ben je fiscaal partner.

De voordelen op een rijtje

Het grote voordeel van fiscaal partner zijn is dat je zowel de aftrekposten als de kostenposten optimaal kunt verdelen. Door goed te kijken naar de verdeling tussen de partners, kan dit ruim EUR 2.000,- opleveren.

Aftrekposten verdelen

In je aangifte heb je te maken met verschillende aftrekposten. Door deze aftrekposten in mindering te brengen op de inkomsten van de partner met het hoogste salaris, betaal je per saldo minder belasting. De partner met het hoogste salaris betaalt namelijk relatief meer belasting en door hier de aftrekposten op in mindering te brengen, wordt dit bedrag lager.

Vermogen

Je betaalt belasting over je vermogen. Bij fiscaal partnerschap heb je te maken met een heffingsvrij vermogen van EUR 48.874,-. Als je geen fiscaal partner hebt, is dit bedrag EUR 24.437,- (bedragen 2016). Dit is vooral voordelig als één van beide wel vermogen heeft en de andere niet of veel minder.

Heffingskorting

Zonder inkomen heb je geen recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting. Dit verandert wanneer je een fiscaal partner hebt met een inkomen hoger dan EUR 11.000,-. Dit kan je een maximaal voordeel opleveren van EUR 2.242,-.

Trucje

Een trucje dat alle belastingadviseurs gebruiken en heel makkelijk geld verdienen is: Zorg bij het verdelen altijd dat de een net EUR 45,- moet betalen. Dit is namelijk de aanslaggrens. De belastingdienst legt in dat geval geen aanslag op, zodat je niets hoeft te betalen. Easy toch?

Helaas ook de nadelen

Zoals altijd zijn er ook nadelen aan het fiscaal partnerschap waar je rekening mee moet houden.

Meerdere huizen

Ik zie het best vaak: mensen die twee huizen hebben omdat ze het ene huis niet verkocht krijgen op het moment dat ze gaan samenwonen. Als je beide huizen aanhoudt om afwisselend in te wonen is het aan te raden om te overwegen om je niet in te schrijven op hetzelfde adres. Je kunt namelijk maar van 1 huis de hypotheek rente aftrekken als je fiscaal partner bent.

Aftrekposten

Er zijn ook aftrekposten die hoger worden als je samen bent, waardoor je minder kunt aftrekken. Dit geldt bijvoorbeeld voor zorgkosten.

Toeslagen

Voor toeslagen die je ontvangt, telt de belastingdienst jullie inkomens bij elkaar op. Je ontvangt hierdoor een stuk minder of in sommige gevallen helemaal niets meer.

En nu?

Heb je vragen over het fiscaal partnerschap? Heb je hier vragen over in relatie tot je aangifte? Let me know!

Follow my blog with Bloglovin

 

the happy financial fiscaal partner

Aangifte inkomstenbelasting: Box 3

De laatste van de drie boxen in de inkomstenbelasting is box 3: sparen en beleggen. In deze box betaal je belasting over je spaargeld en je beleggingen. Waar moet je op letten als je deze box controleert? 

Wat valt er allemaal in box 3?

In de derde en laatste box van je inkomstenbelasting valt je vermogen. Onder vermogen verstaat de belastingdienst je spaargeld, aandelen of een tweede woning.

Het gaat in box 3 niet om het voordeel dat je behaalt, zoals het geval is bij box 2, maar om het daadwerkelijke vermogen van 1 januari van het betreffende jaar.

Naast je vermogen, kun je te maken hebben met je schulden. Deze schulden breng je in mindering op je vermogen. Onder schulden worden verstaan: kredieten, hypotheken, rood staan, studieschuld (aangegaan na 1 september 2015).

Kosten die je maakt voor je vermogen in box 3 (zoals rente), mogen niet in aftrek worden gebracht. Heb je bijvoorbeeld een tweede woning waarop een hypotheek rust, mag je de rente die je betaalt voor deze hypotheek niet in aftrek brengen.

Hoeveel belasting betaal ik in box 3?

Situatie tot en met 2016

Tot en met 2016 betaal je gemiddeld 1,2% belasting over je spaargelden en beleggingen in box 3. De belastingdienst rekent namelijk met een gemiddeld rendement van 4% over je spaargelden en beleggingen. Hierover betaal je vervolgens 30% belasting. Per saldo is dit 1,2% belasting die je betaalt in box 3.

Situatie vanaf 2017

Vanaf 2017 zijn de percentages gewijzigd en het is er niet echt makkelijker op geworden. Je vermogen wordt namelijk opgedeeld in drie schijven (net als bij box 1 het geval is). Kort gezegd: hoe meer vermogen, hoe meer belasting je betaalt. De belastingdienst gaat er namelijk vanuit dat hoe hoger je vermogen is, hoe meer rendement je behaalt. In onderstaande tabel zijn de verschillende percentages opgenomen:

Tabel berekening rendement op vermogen vanaf 2017

Schijf Jouw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.000 tot € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.000 0% 100% 5,39%

bron: belastingdienst.nl 

Over het gemiddeld rendement betaal je vervolgens de belasting. Uit bovenstaande tabel is te zien dat je met name met een spaarsaldo lager dan EUR 75.000,- naar aanleiding van deze nieuwe regels erop vooruit gaat. Je rendement wordt namelijk verlaagd van 4% naar 2,871%. Hierdoor betaal je dus per saldo minder belasting bij lagere vermogens.

Waar moet je nog meer rekening mee houden?

Gelukkig is er zoiets als het heffingsvrij vermogen. Dit is een bedrag dat je van het saldi van je bezittingen en schulden af mag halen waarover je geen belasting betaalt. Voor alleenstaande is dit bedrag in 2017 EUR 25.000,- en met fiscaal partner is dit EUR 50.000,- (2016: EUR 24.437,- en EUR 48.874,-).

Aan de andere kant geldt dit ook voor je schulden. Je mag deze pas aftrekken op het moment dat deze boven het drempelbedrag uitkomen. Voor 2017 is dit drempelbedrag EUR 3.000,- zonder fiscaal partner. Heb je een fiscaal partner, dan is dit drempelbedrag EUR 6.000,-. Deze bedragen zijn voor 2016 gelijk aan de bedragen in 2017.

En nu?

We hebben alle drie de boxen uit de aangifte inkomstenbelasting behandeld. Heb je nog vragen? Laat het me weten!

 

Follow my blog with Bloglovin

 

Aangifte inkomstenbelasting: Box 2

In het kader van de naderende aangifte inkomstenbelasting 2016 ga ik deze weken in op de verschillende boxen van de aangifte inkomstenbelasting (IB). Want alhoewel deze aangifte voorbereid is door de belastingdienst, is het wel handig om te weten wat er nou eigenlijk in die aangifte staat, toch?

Wat valt in box 2?

In box 2 neem je je voordelen op uit aanmerkelijk belang. Wat is aanmerkelijk belang? Je hebt een aanmerkelijk belang als je minimaal 5% van de aandelen bezit van een Nederlands of buitenlands bedrijf, van een coöperatie of een vereniging.

Voor de bepaling van het aanmerkelijk belang worden de percentages van jou en je partner bij elkaar opgeteld. Daarnaast geldt dat als je, eventueel samen met je partner, opties hebt om 5% van de aandelen te kopen, dit ook geldt als aanmerkelijk belang.

Nog een attentiepuntje: Als je (schoon)familie ook aandelen heeft en je komst samen boven de 5% grens uit, is er voor jou sprake van aanmerkelijk belang.

Wat geef ik op in de aangifte?

In je aangifte vallen de voordelen van je aanmerkelijk belang in box uiteen in de volgende soorten voordelen:

  • Reguliere voordelen: Dit zijn voordelen zoals dividend en andere winstuitkeringen. Als je kosten maakt om deze voordelen te behalen (bijvoorbeeld rente die je betaalt voor een lening waarmee je de aandelen hebt gekocht), mag je in aftrek brengen op de voordelen.
  • Vervreemdingsvoordelen: Dit zijn voordelen als je je aandelen verkoopt. Het voordeel wordt bepaald op basis van de overdrachtsprijs verminderd met de verkrijgingsprijs.

Hoeveel belasting betaal ik?

Over de voordelen uit je aanmerkelijk belang betaal je 25% belasting. Heb je ook een dividenduitkering gehad? Over dit gedeelte heb je al dividendbelasting betaalt en breng je in mindering op je aanmerkelijk belang.

Omdat ik me kan voorstellen dat dit niet heel duidelijk is, hier een klein cijfervoorbeeld. Je hebt EUR 10.000,- dividend ontvangen vanuit je eigen BV. Hiervoor betaalt je onderneming 15% dividendbelasting (hierover volgt ook nog een blog). Netto krijg je dus EUR 8.500,- vanwege dividend.

In je aangifte inkomstenbelasting geef je je ontvangen dividend aan van EUR 10.000,-. Hierover dien je 25%, dus EUR 2.500,- te betalen. Het reeds betaalde bedrag van EUR 1.500,- breng je hierop in mindering, zodat je nog EUR 1.000,- moet betalen.

En nu?

Heb je nog vragen over box 2? Laat het me weten!

Follow my blog with Bloglovin

Aangifte inkomstenbelasting: Box 1

Met het voorjaar komt ook weer de tijd om de aangifte inkomstenbelasting in te vullen. Voor een groot deel zijn deze al ingevuld door de belastingdienst. Maar om te kunnen controleren of het goed is gegaan, is het wel handig als je waar je op moet letten bij de verschillende boxen. Vandaag leg ik uit wat onder box 1 valt en de specifieke aandachtspunten. Box 2 en 3 volgen natuurlijk nog!

De drie boxen

In onze aangifte inkomstenbelasting kennen we drie boxen. Deze bestaan uit:

  • Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
  • Box 2: aanmerkelijk belang
  • Box 3: sparen en beleggen

Inkomen waarover je belasting betaalt

Je inkomen uit werk en woning in box 1 bestaan onder andere uit:

  • winst uit onderneming (over het invullen van een aangifte IB voor ondernemers, later meer!)
  • loon, uitkering of pensioen (uit Nederland of het buitenland)
  • fooien en andere inkomsten
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
  • periodieke uitkeringen (zoals uitkeringen van een lijfrente of alimentatiebetalingen)
  • terugontvangen premies voor lijfrenten en dergelijke
  • eigenwoningforfait
  • kapitaalverzekeringen eigen woning

Aftrekposten in box 1

Gelukkig zijn er ook diverse aftrekposten. Deze posten mag je in mindering brengen op je inkomen zodat je per saldo minder belasting betaalt.

Een lijstje van aftrekposten:

  • reisaftrek openbaar vervoer
  • aftrekbare kosten van de eigen woning
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals premies voor lijfrenten
  • persoonsgebonden aftrek, zoals:
    • alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
    • uitgaven voor specifieke zorgkosten
    • tijdelijk verblijf thuis ernstig gehandicapten
    • studiekosten en andere scholingsuitgaven
    • onderhoudskosten rijksmonumentenpand
    • kwijtgescholden durfkapitaal
    • giften
    • restant persoonsgebonden aftrek

Percentages

In Nederland kennen we  voor box 1 het progressieve belastingstelsel. Dat wil zeggen dat je meer inkomstenbelasting betaalt op het moment dat je meer verdient. Hiervoor gelden vier schijven. Voor iedereen onder de AOW leeftijd gelden voor 2017 de volgende schijven en bijbehorende schijven:

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 19.981 36,55%
2 Vanaf € 19.982 t/m € 33.790 40,8%
3 Vanaf € 33.791 t/m € 67.071 40,8%
4 Vanaf € 67.072 52%

Let op: Als je bijvoorbeeld EUR 100.000,- verdient, betaal je niet over het volledige bedrag 52%. Een klein rekenvoorbeeld:

Schijf 1: EUR 19.981 * 36,55 % = EUR 7.303

Schijf 2: EUR 13.809 * 40,8% = EUR 5.634

Schijf 3: EUR 33.280 * 40,8% = EUR 13.578

Schijf 4: EUR 32.928 * 52% = EUR 17.123

Totaal te betalen belasting = EUR 43.638,-

Administratie bijhouden

Om ervoor te zorgen dat je aangifte IB 2017 soepel verloopt en je geen hele weekenden kwijt bent aan het controleren ervan, is het van belang dat je je administratie tijdig bijhoudt. Het makkelijkst is om de documenten die betrekking hebben op inkomsten en aftrekposten gedurende het jaar in een aparte map te bewaren. Op deze manier heb je deze gegevens bij het invullen van je aangifte meteen bij de hand. Scheelt weer een heleboel zoekwerk (en chagrijnige uren…eigen ervaring).

En nu?

Heb je nog vragen? Wil je ook weten wat box 2 en box 3 is? Lees dan de blogs die ik hier komende weken over ga schrijven!

Follow my blog with Bloglovin