Ben ik wel een ondernemer?

Sinds vorige week is het voor iedereen duidelijk dat ik ook zelfstandig ondernemer ben. Maar vindt de belastingdienst dat ook? Vanaf wanneer ben je daar een ondernemer? Dus wanneer moet je belasting gaan betalen over je inkomsten? 

De definitie van een ondernemer

Waarschijnlijk heb je zelf al lang in gedachte dat je ondernemer bent. Of je hobby is zodanig uitgegroeid dat je meer mee verdient dan je ooit had gedacht. Maar er zit een verschil tussen de definitie van een ondernemer die jij en ik hanteren en de definitie die de belastingdienst hanteert.

Het is belangrijk om te weten wanneer de belastingdienst jou als ondernemer ziet en wanneer niet. Ondernemer zijn voor de belastingdienst houdt namelijk in dat je belasting betaalt over je winsten in de inkomstenbelasting en dat je een administratie bij moet gaan houden. Wil je weten waar deze administratie aan moet voldoen volgens de belastingdienst? Lees dan deze blog.

De visie van de belastingdienst

De belastingdienst vindt je een ondernemer als de activiteiten zich afspelen in het economisch verkeer en de bedoeling is om hiermee winst te behalen. In het economisch verkeer houdt in dat je niet alleen diensten   verricht of goederen verkoopt aan vrienden of familieleden.

Bij de boordeling of je wel of geen ondernemer bent, kijkt de belastingdienst vervolgens naar de volgende aspecten.

1. Winst

Als je een structureel verlies maakt (het kost je dus alleen geld), of maar een hele kleine winst maakt, vindt de belastingdienst het niet aannemelijk dat je winst gaat maken. Je bent dan geen ondernemer volgens de belastingdienst.

2. Zelfstandigheid

Eén van de belangrijke redenen om eigen ondernemer te worden is vaak zelfstandigheid. Ben je echter niet zelfstandig en legt een ander op hoe je je onderneming moet inrichten en hoe je je werkzaamheden moet uitvoeren, val je niet in de categorie ondernemer.

3. Kapitaal

Dit vind ik zelf een lastige, omdat ik ervan overtuigd ben dat je (bepaalde) ondernemingen kunt opzetten met zeer beperkte middelen. Maar de belastingdienst is van mening dat je als ondernemer moet investeren in machines, reclame en inhuur van mensen. Dit kapitaal maakt het mogelijk om je onderneming te starten en draaiende te houden.

4. Tijdsbesteding

Het kan zijn dat je enorm veel tijd besteedt aan je onderneming, maar er weinig of geen winst uit haalt. In dat geval ziet de belastingdienst je vaak ook niet als ondernemer. Haal je er wel voldoende winst uit en je besteedt meer dan 1.225 uur aan je onderneming per jaar? Dan kom je in aanmerking voor zelfstandigenaftrek. Meer over deze aftrekpost lees je in deze blog met belastingvoordelen voor startende ondernemers.

5. Opdrachtgevers

Hoe meer opdrachtgevers je hebt, hoe kleiner het betalingsrisico dat je loopt. Daarnaast geldt dat hoe meer opdrachtgevers je hebt, je afhankelijkheid van één of enkele opdrachtgevers afneemt en je zelfstandigheid toeneemt.

6. Reclame en marketing

Op welke manier breng je je onderneming onder de aandacht? Het hebben van een website, uithangbord of briefpapier zijn voor de belastingdienst signalen dat je een eigen onderneming hebt.

7. Ondernemersrisico

Door ondernemersrisico loop je risico dat klanten niet betalen, dat je geen opdrachten hebt, dat je een claim krijgt naar aanleiding van de door jouw uitgevoerde werkzaamheden. Door dit risico is de kans groter dat de belastingdienst jou ziet als ondernemer.

8. Aansprakelijkheid voor schulden

Aansprakelijkheid voor schulden van je onderneming, zorgt er waarschijnlijk ook voor dat de belastingdienst je eerder als ondernemer gaat zien.

En nu?

Vallen jouw werkzaamheden volgens deze overwegingen van de belastingdienst onder de categorie ‘ondernemer’? Weet je wat er allemaal bij komt kijken als je door de belastingdienst wordt aangemerkt als ondernemer? Let me know!

the happy financial

Zo werkt het: de auto van de zaak

De auto van de zaak: Je hoort het denk ik wel vaker als je met mede-ondernemers spreekt. ‘Ik heb de auto op de zaak staan’ hoor je dan. Maar wat betekent dit? En waar moet je rekening mee houden? Ik zet het voor je op een rijtje. 

Privé of zakelijk je auto rijden

In een groot aantal beroepsvelden ontkom je niet aan een auto. Ik ben ook vaak onderweg van de ene naar de andere klant. Maar zet je je auto op de zaak? Of blijf je hem liever privé rijden? Ook hier heeft de belastingdienst regels voor opgesteld.

Deze regels zijn afhankelijk van de hoeveelheid privé kilometers die je met je auto rijdt.

  • Optie 1: Je rijdt 500 kilometer of minder per jaar met je auto privé. In dit geval ziet de belastingdienst je auto als ondernemingsvermogen. Je gebruikt hem namelijk vooral voor zakelijk gebruik. Je zet je auto dan dus op de zaak. Voordeel daarvan is dat je je autokosten van je winst mag aftrekken. De meest voorkomende autokosten zijn:

 

  • Optie 2: Je rijdt meer dan 500 kilometer per jaar met je auto privé. In dit geval heb je de keus in je inkomstenbelasting of je de auto privé houdt of als ondernemingsvermogen ziet (en dus op de zaak zet). Let op dat je deze keuze maar één keer mag maken per auto. Je geeft de keuze hiervan door in je eerste aangifte inkomstenbelasting die je doet nadat je de auto kocht.
    • Je auto blijft privé bezit: Op het moment dat je de auto voor zakelijke ritten gebruikt (bijvoorbeeld als je naar een klant rijdt), mag je EUR 19 cent per kilometer van je winst aftrekken.
    • Je auto wordt ondernemingsvermogen: In dit geval gelden dezelfde regels zoals ik bij optie 1 heb geschetst en mag je genoemde kosten van je winst aftrekken. Het enige verschil met optie 1 is dat je je privégebruik moet verrekenen met je autokosten.

En dan de BTW

Dat BTW een complex iets is, ben je denk ik als ondernemer snel achter. Maar wist je dat je ook rekening moet houden met BTW ten aanzien van je autokosten?

Voor de BTW moet je namelijk weer de keuze maken of je je auto ziet als privé bezit, of als ondernemingsvermogen. Het maakt daarbij niet uit welke keuze je hierboven al gemaakt hebt. Het kan dus zo zijn dat je de auto voor de inkomstenbelasting privé rijdt, en voor de BTW zakelijk.

  • Optie 1: De auto is ondernemingsvermogen voor de BTW: Je kunt de BTW aftrekken van de aanschafkosten, onderhoudskosten en gebruik. Let er wel op dat hier ook BTW belaste omzet tegenover moet staan. Lever je alleen BTW onbelaste diensten, heeft deze optie niet zoveel zin. Daarnaast betaal je BTW over je werkelijk privé gebruik. Houd je hiervoor geen kilometer administratie bij? Dan geldt dat je BTW van 2,7% over de catalogus waarde moet betalen.
  • Optie 2: De auto is privé bezit voor de BTW: Je kunt de BTW aftrekken voor kosten voor gebruik en onderhoud. Hierbij geldt ook weer de regel dat je de auto moet gebruiken voor BTW belaste omzet. Voor wat betreft het privé gebruik kun je geen BTW aftrekken. Woon- werkverkeer geldt hierbij ook als privé gebruik.

En nu?

Complex? Jazeker. Maar je kunt er wel flink wat voordelen uithalen als je dit goed opzet. Reken daarom goed de verschillende opties door en kijk wat in jouw situatie het meest voordelig is. Voor iedere ondernemer is dit namelijk anders. Heb je vragen, laat het me weten!

the happy financial

Starten van een webshop? Hier moet je rekening mee houden!

Nederland telt momenteel meer dan 70.000 webshops. En daarbij komt nog eens dat webshops in de afgelopen jaren een goede omzetgroei hebben weten te behalen. Genoeg mogelijkheden dus. Maar waar moet je allemaal specifiek rekening mee houden als je een webshop hebt? Op het gebied van belastingen, maar ook op het gebied van wet- en regelgeving? Ik zet het voor je op een rijtje. 

Belastingen

De eerste vraag die je je moet stellen als je een webshop hebt of het meer is dan een hobby? Ben je ook echt een ondernemer? De belastingdienst hanteert daarbij andere definities als die jezelf waarschijnlijk hebt bij het woord ‘ondernemer’.

In deze blog schreef ik wanneer de belastingdienst jou ook ziet als ondernemer en wanneer je een KvK inschrijving en BTW nummer nodig hebt.

Zodra je volgens de belastingdienst BTW plichtig bent, is het belangrijk om je BTW administratie op orde te hebben. Hoe je dat doet, lees je in deze blog over BTW.

Verkopen aan het buitenland

Als je internationaal gaat met je webshop en verkopen gaat doen aan buitenlandse klanten, houd dan goed rekening met de BTW die je op facturen zet. Binnen de EU zijn regels opgesteld dat BTW geheven wordt in het land waar de goederen aankomen.

Woont je klant bijvoorbeeld in Frankrijk? Dan betaalt de klant in Frankrijk de BTW. Op jouw factuur zet je dan 0% BTW.

Exporteer je naar andere landen buiten de EU? Check dan even vooraf de website van de belastingdienst. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels voor wat betreft BTW.

Wetgeving

Naast de belastingdienst, heeft de Nederlandse wetgeving ook een aantal wetten die belangrijk zijn op het moment dat je een webshop hebt. Hieronder volgen de drie belangrijkste wetten, namelijk de Wet verkoop op afstand, Wet elektronische handel en Wet bescherming persoonsgegevens.

Wet verkoop op afstand

Deze wet beschermt de kopers tegen mogelijke risico’s bij het kopen op afstand (wat het geval is bij een webshop, omdat er geen sprake is van een fysieke winkel). Als eigenaar van de webshop heb je daarbij een informatieplicht.

Deze wet zegt bijvoorbeeld dat je duidelijk op je website moet vermelden hoe het product eruit ziet, de prijs, kosten van aflevering, manier van betalen, herroepingsrecht, service- en garantiegegevens, bezoekadres voor klachten en de termijn waarbinnen het product kan worden aanvaard.

Kopers hebben het annuleringsrecht. Dit houdt in dat zijn binnen zeven werkdagen na ontvangst van het product de koop zonder toelichting mogen annuleren. Als je je als webshop niet houdt aan bovenstaande informatieplicht, en deze zaken dus niet duidelijk op je webshop staan vermeld, wordt de annuleringstermijn voor consumenten zelf verlengd tot een periode van drie maanden.

Klanten die hun artikelen terug hebben gestuurd, moet je binnen dertig dagen na annulering terugbetalen. Hierbij kun je de klant alleen laten betalen voor kosten van retournering. Dit mag je natuurlijk ook gratis aanbieden.

Wet elektronische handel

De autoriteit consument en markt heeft de Europese wettelijke regels opgenomen die gelden op het moment dat je een webshop hebt. In deze regels is onder andere uitleg gegeven over het gebruik van cookies en e-mailmarketing. Lees hier meer over de Wet elektronische handel.

Wet bescherming persoonsgegevens

Je klanten vullen hun gegevens in op jouw website. Deze gegevens heb je nodig voor het verwerken en verzenden van de bestelling. Maar zorg wel dat je zorgvuldig omgaat met deze persoonsgegevens en dat je alleen die gegevens opslaat die je nodig hebt voor je webshop.

De Wet bescherming persoonsgegevens wil namelijk de privacy van jouw klanten beschermen. Zorg er daarom ook voor dat je website goed beveiligd is en onderneem direct actie zodra je een (vermoeden) van een hacker hebt.

En nu?

Heb je al een webshop en heb je nog tips? Of heb je nog vragen naar aanleiding van deze blog? Laat het me weten!

the happy financial

10 goede redenen om je aangifte te laat in te dienen

De laatste maand  voor het invullen van je aangifte over 2016 is weer aangebroken. Voor velen weer een laatste moment om alle spullen bij elkaar te zoeken en er nu écht mee aan de slag te gaan. Maar zijn er eigenlijk goede redenen om je aangifte te laat in te dienen?

De Britse belastingdienst stelt ieder jaar een lijst op met de 10 meest hilarische excuses om de aangifte te laat in te dienen. Ik vond deze te mooi om niet met jullie te delen.

10 redenen

1. Mijn belastingaangifte lag in mijn jacht en mijn jacht is in de fik gegaan.

2. Er zat een wesp in mijn auto. Hierdoor ben ik met gecrasht. De belastingaangifte lag in de auto en is daarbij vernietigd.

3. Mijn vrouw helpt me bij mijn belastingaangifte, maar zij had tien dagen lang hoofdpijn.

4. Mijn hond heeft mijn belastingaangifte opgegeten, evenals alle nagestuurde herinneringen (grappig detail: vorig jaar was het dier dat verantwoordelijk was voor het eten van belastingaangifte een rat, jak).

5. Ik kon mijn aangifte niet compleet maken omdat mijn man mij heeft verlaten en onze boekhouder heeft meegenomen. Ik probeer momenteel een nieuwe boekhouder te vinden.

6. Mijn kind heeft over de hele aangifte getekend, dus ik kon de aangifte niet meer insturen.

7. Ik werk voor mezelf, maar een collega had mijn aangifte geleend om er een kopie van te maken en is de aangifte toen verloren.

8. Mijn man zei dat de deadline 31 maart was (in UK is dit 31 januari red).

9. Mijn internetaansluiting deed het niet.

10. De postbode komt niet bij mij thuis.

Toch maar op tijd invullen

Je hebt gelukkig nog even om je aangifte 2016 in te vullen (voor 1 mei 2017). Wil je meer weten, check dan een van deze eerdere blogs over de aangifte inkomstenbelasting:

Box 1, Box 2 en Box 3

Bron: simplybusiness.co.uk

Aangifte inkomstenbelasting: Box 3

De laatste van de drie boxen in de inkomstenbelasting is box 3: sparen en beleggen. In deze box betaal je belasting over je spaargeld en je beleggingen. Waar moet je op letten als je deze box controleert? 

Wat valt er allemaal in box 3?

In de derde en laatste box van je inkomstenbelasting valt je vermogen. Onder vermogen verstaat de belastingdienst je spaargeld, aandelen of een tweede woning.

Het gaat in box 3 niet om het voordeel dat je behaalt, zoals het geval is bij box 2, maar om het daadwerkelijke vermogen van 1 januari van het betreffende jaar.

Naast je vermogen, kun je te maken hebben met je schulden. Deze schulden breng je in mindering op je vermogen. Onder schulden worden verstaan: kredieten, hypotheken, rood staan, studieschuld (aangegaan na 1 september 2015).

Kosten die je maakt voor je vermogen in box 3 (zoals rente), mogen niet in aftrek worden gebracht. Heb je bijvoorbeeld een tweede woning waarop een hypotheek rust, mag je de rente die je betaalt voor deze hypotheek niet in aftrek brengen.

Hoeveel belasting betaal ik in box 3?

Situatie tot en met 2016

Tot en met 2016 betaal je gemiddeld 1,2% belasting over je spaargelden en beleggingen in box 3. De belastingdienst rekent namelijk met een gemiddeld rendement van 4% over je spaargelden en beleggingen. Hierover betaal je vervolgens 30% belasting. Per saldo is dit 1,2% belasting die je betaalt in box 3.

Situatie vanaf 2017

Vanaf 2017 zijn de percentages gewijzigd en het is er niet echt makkelijker op geworden. Je vermogen wordt namelijk opgedeeld in drie schijven (net als bij box 1 het geval is). Kort gezegd: hoe meer vermogen, hoe meer belasting je betaalt. De belastingdienst gaat er namelijk vanuit dat hoe hoger je vermogen is, hoe meer rendement je behaalt. In onderstaande tabel zijn de verschillende percentages opgenomen:

Tabel berekening rendement op vermogen vanaf 2017

Schijf Jouw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.000 tot € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.000 0% 100% 5,39%

bron: belastingdienst.nl 

Over het gemiddeld rendement betaal je vervolgens de belasting. Uit bovenstaande tabel is te zien dat je met name met een spaarsaldo lager dan EUR 75.000,- naar aanleiding van deze nieuwe regels erop vooruit gaat. Je rendement wordt namelijk verlaagd van 4% naar 2,871%. Hierdoor betaal je dus per saldo minder belasting bij lagere vermogens.

Waar moet je nog meer rekening mee houden?

Gelukkig is er zoiets als het heffingsvrij vermogen. Dit is een bedrag dat je van het saldi van je bezittingen en schulden af mag halen waarover je geen belasting betaalt. Voor alleenstaande is dit bedrag in 2017 EUR 25.000,- en met fiscaal partner is dit EUR 50.000,- (2016: EUR 24.437,- en EUR 48.874,-).

Aan de andere kant geldt dit ook voor je schulden. Je mag deze pas aftrekken op het moment dat deze boven het drempelbedrag uitkomen. Voor 2017 is dit drempelbedrag EUR 3.000,- zonder fiscaal partner. Heb je een fiscaal partner, dan is dit drempelbedrag EUR 6.000,-. Deze bedragen zijn voor 2016 gelijk aan de bedragen in 2017.

En nu?

We hebben alle drie de boxen uit de aangifte inkomstenbelasting behandeld. Heb je nog vragen? Laat het me weten!

 

Follow my blog with Bloglovin

 

Aangifte inkomstenbelasting: Box 2

In het kader van de naderende aangifte inkomstenbelasting 2016 ga ik deze weken in op de verschillende boxen van de aangifte inkomstenbelasting (IB). Want alhoewel deze aangifte voorbereid is door de belastingdienst, is het wel handig om te weten wat er nou eigenlijk in die aangifte staat, toch?

Wat valt in box 2?

In box 2 neem je je voordelen op uit aanmerkelijk belang. Wat is aanmerkelijk belang? Je hebt een aanmerkelijk belang als je minimaal 5% van de aandelen bezit van een Nederlands of buitenlands bedrijf, van een coöperatie of een vereniging.

Voor de bepaling van het aanmerkelijk belang worden de percentages van jou en je partner bij elkaar opgeteld. Daarnaast geldt dat als je, eventueel samen met je partner, opties hebt om 5% van de aandelen te kopen, dit ook geldt als aanmerkelijk belang.

Nog een attentiepuntje: Als je (schoon)familie ook aandelen heeft en je komst samen boven de 5% grens uit, is er voor jou sprake van aanmerkelijk belang.

Wat geef ik op in de aangifte?

In je aangifte vallen de voordelen van je aanmerkelijk belang in box uiteen in de volgende soorten voordelen:

  • Reguliere voordelen: Dit zijn voordelen zoals dividend en andere winstuitkeringen. Als je kosten maakt om deze voordelen te behalen (bijvoorbeeld rente die je betaalt voor een lening waarmee je de aandelen hebt gekocht), mag je in aftrek brengen op de voordelen.
  • Vervreemdingsvoordelen: Dit zijn voordelen als je je aandelen verkoopt. Het voordeel wordt bepaald op basis van de overdrachtsprijs verminderd met de verkrijgingsprijs.

Hoeveel belasting betaal ik?

Over de voordelen uit je aanmerkelijk belang betaal je 25% belasting. Heb je ook een dividenduitkering gehad? Over dit gedeelte heb je al dividendbelasting betaalt en breng je in mindering op je aanmerkelijk belang.

Omdat ik me kan voorstellen dat dit niet heel duidelijk is, hier een klein cijfervoorbeeld. Je hebt EUR 10.000,- dividend ontvangen vanuit je eigen BV. Hiervoor betaalt je onderneming 15% dividendbelasting (hierover volgt ook nog een blog). Netto krijg je dus EUR 8.500,- vanwege dividend.

In je aangifte inkomstenbelasting geef je je ontvangen dividend aan van EUR 10.000,-. Hierover dien je 25%, dus EUR 2.500,- te betalen. Het reeds betaalde bedrag van EUR 1.500,- breng je hierop in mindering, zodat je nog EUR 1.000,- moet betalen.

En nu?

Heb je nog vragen over box 2? Laat het me weten!

Follow my blog with Bloglovin

BTW korting voor kleine ondernemers

In een van mijn eerdere blogs ben ik ingegaan op wat BTW nu eigenlijk precies is. Zodra je als ondernemer BTW moet gaan afdragen, heb je ook een administratie nodig die voldoet aan de vereisten van de belastingdienst. Maar hoe zit dit nu als je maar een kleine ondernemer bent? Moet je dan ook voldoen aan al die voorwaarden? Welke vrijstellingen zijn er en over welke bedragen hebben we het dan? Ik zet het voor je op een rijtje. 

Kleineondernemersregeling

Gelukkig bestaat er de kleineondermersregeling. Dit houdt in dat je korting krijgt op je af te dragen BTW. De korting die je krijgt is afhankelijk van de BTW die je af moet dragen. Hier heb je dan wel je voorbelasting (BTW berekent over je ingekochte goederen of diensten) vanaf getrokken.

Is dit bedrag aan BTW dat je moet betalen over een heel jaar minder dan EUR 1.883,- (2017)? Dan kun je korting krijgen. Je dient dan wel te voldoen aan de vier voorwaarden van de kleineondernemersregeling:

  • Je betaalt minder dan EUR 1.883,- BTW in één jaar.
  • Je hebt een eenmanszaak (of maatschap / VOF).
  • Je onderneming is in Nederland gevestigd.
  • Je voldoet aan de administratieve verplichtingen voor de BTW. Zie hiervoor ook deze eerdere blog.

Administratieve lastenverlichting

Het bijhouden van een administratie die voldoet aan de BTW vereisten is relatief veel werk. Zeker als je daar weinig opbrengsten tegenover hebt staan. Je kan dan het idee hebben dat je meer tijd kwijt bent met je administratie voor de belastingdienst dan met ondernemen. Dat kan natuurlijk ook niet de bedoeling zijn.

Betaal je in een jaar EUR 1.345,- BTW of minder? Dan betaal je helemaal geen BTW meer. Sterker nog: Verwacht je dit ook voor de komende jaren? Vraag dan ontheffing aan voor de administratieve lasten. Hierdoor hoef je ook geen BTW aangifte meer te doen. En kun je meer tijd besteden aan je onderneming (zodat je heel veel omzet haalt, weer boven die drempel uitkomt, je weer BTW moet gaan betalen en ook de administratie moet gaan bijhouden, maar dat is voor later zorg).

Tips & Tricks

  • Geef je korting op de BTW aan in de laatste aangifte van het jaar. Op deze manier weet je beter wat het totaal bedrag aan BTW is geweest voor het gehele jaar.
  • Ben je ondernemer volgens de inkomstenbelasting? Geef dan je BTW korting op in de ‘overige buitengewone baten’ in de winst&verliesrekening.
  • Ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting? Dan vul je de korting in bij de ‘Inkomsten’ op het scherm ‘Inkomsten uit overig werk’.
  • De BTW korting geldt per ondernemer en niet per bedrijf. Heb je dus meerdere bedrijven onder één eenmanszaak, tel dan de BTW van je verschillende bedrijven bij elkaar op.

En nu?

Heb je ooit gebruik gemaakt van de kleineondernemersregeling? Was je bekend met deze regeling? Heb je nog vragen? Let me know!

 

Follow my blog with Bloglovin

Aangifte inkomstenbelasting: Box 1

Met het voorjaar komt ook weer de tijd om de aangifte inkomstenbelasting in te vullen. Voor een groot deel zijn deze al ingevuld door de belastingdienst. Maar om te kunnen controleren of het goed is gegaan, is het wel handig als je waar je op moet letten bij de verschillende boxen. Vandaag leg ik uit wat onder box 1 valt en de specifieke aandachtspunten. Box 2 en 3 volgen natuurlijk nog!

De drie boxen

In onze aangifte inkomstenbelasting kennen we drie boxen. Deze bestaan uit:

  • Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
  • Box 2: aanmerkelijk belang
  • Box 3: sparen en beleggen

Inkomen waarover je belasting betaalt

Je inkomen uit werk en woning in box 1 bestaan onder andere uit:

  • winst uit onderneming (over het invullen van een aangifte IB voor ondernemers, later meer!)
  • loon, uitkering of pensioen (uit Nederland of het buitenland)
  • fooien en andere inkomsten
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
  • periodieke uitkeringen (zoals uitkeringen van een lijfrente of alimentatiebetalingen)
  • terugontvangen premies voor lijfrenten en dergelijke
  • eigenwoningforfait
  • kapitaalverzekeringen eigen woning

Aftrekposten in box 1

Gelukkig zijn er ook diverse aftrekposten. Deze posten mag je in mindering brengen op je inkomen zodat je per saldo minder belasting betaalt.

Een lijstje van aftrekposten:

  • reisaftrek openbaar vervoer
  • aftrekbare kosten van de eigen woning
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals premies voor lijfrenten
  • persoonsgebonden aftrek, zoals:
    • alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
    • uitgaven voor specifieke zorgkosten
    • tijdelijk verblijf thuis ernstig gehandicapten
    • studiekosten en andere scholingsuitgaven
    • onderhoudskosten rijksmonumentenpand
    • kwijtgescholden durfkapitaal
    • giften
    • restant persoonsgebonden aftrek

Percentages

In Nederland kennen we  voor box 1 het progressieve belastingstelsel. Dat wil zeggen dat je meer inkomstenbelasting betaalt op het moment dat je meer verdient. Hiervoor gelden vier schijven. Voor iedereen onder de AOW leeftijd gelden voor 2017 de volgende schijven en bijbehorende schijven:

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 19.981 36,55%
2 Vanaf € 19.982 t/m € 33.790 40,8%
3 Vanaf € 33.791 t/m € 67.071 40,8%
4 Vanaf € 67.072 52%

Let op: Als je bijvoorbeeld EUR 100.000,- verdient, betaal je niet over het volledige bedrag 52%. Een klein rekenvoorbeeld:

Schijf 1: EUR 19.981 * 36,55 % = EUR 7.303

Schijf 2: EUR 13.809 * 40,8% = EUR 5.634

Schijf 3: EUR 33.280 * 40,8% = EUR 13.578

Schijf 4: EUR 32.928 * 52% = EUR 17.123

Totaal te betalen belasting = EUR 43.638,-

Administratie bijhouden

Om ervoor te zorgen dat je aangifte IB 2017 soepel verloopt en je geen hele weekenden kwijt bent aan het controleren ervan, is het van belang dat je je administratie tijdig bijhoudt. Het makkelijkst is om de documenten die betrekking hebben op inkomsten en aftrekposten gedurende het jaar in een aparte map te bewaren. Op deze manier heb je deze gegevens bij het invullen van je aangifte meteen bij de hand. Scheelt weer een heleboel zoekwerk (en chagrijnige uren…eigen ervaring).

En nu?

Heb je nog vragen? Wil je ook weten wat box 2 en box 3 is? Lees dan de blogs die ik hier komende weken over ga schrijven!

Follow my blog with Bloglovin

Schenken en de belastingtechnische gevolgen

Eerder schreef ik over beleggen, in de zin van: wat kun je met het geld doen dat je over hebt? Maar je kunt het natuurlijk ook schenken. Schenken aan één van je kinderen bijvoorbeeld (of krijgen als kind, nog leuker). Maar daar zitten vanuit de belastingdienst toch allerlei regels aan vast? Ik zet ze voor je op een rijtje. 

Schenkbelasting en de drempelbedragen

In principe valt iedere schenking die je doet onder de schenkbelasting. Dit houdt in dat de ontvangende partij belasting moet betalen over het ontvangen geld. Er zijn echter een paar uitzonderingen:

  • De schenking is lager dan de drempelbedragen.
    • Als je een schenking van je ouders krijgt is de maximale schenking EUR 5.320. Let op! Hierbij geldt dat als je van beide ouders een schenking krijgt van EUR 5.000, de belastingdienst dit ziet als een schenking van EUR 10.000. Over het meerdere van EUR 4.680 betaal je dus gewoon schenkbelasting.
    • Als je nog niet ouder bent dan 40 jaar (maar wel ouder dan 18), heb je nog een extra voordeeltje. Het drempelbedrag is dan EUR 25.526 per jaar.
    • Van andere personen (niet je ouders), is dit drempelbedrag EUR 2.129. Ook hierbij geldt dat als je meerdere schenkingen krijgt, je deze bij elkaar op moet tellen. Kom je boven het drempelbedrag, betaal je alsnog schenkbelasting.
  • De schenking wordt gebruikt voor een specifiek doel. Als ouders mag je je kind tussen de 18-40 jaar eenmalig een vrijgestelde schenking doen van EUR 53.176. Voor de aankoop van een huis mag je eenmalig een vrijgestelde schenking doen van EUR 100.000. Dit geldt voor zowel ouders als andere personen (oma, tante, etc). Let er wel op dat je maar één keer in je leven van deze vrijstelling gebruik mag maken. Heb je bijvoorbeeld al een schenking gehad van EUR 53.176 voor je studie, dan mag je niet een jaar later gebruik maken van de vrijstelling van EUR 100.000 voor de aankoop van je huis.

Nog een paar regels

  • Aangifte schenkbelasting doe je via de website van de belastingdienst via een apart aangifte formulier. Het formulier 2017 is vanaf 10 mei 2017 beschikbaar.
  • Je aangifte schenkbelasting 2017 dient voor 1 maart 2018 bij de belastingdienst binnen te zijn.
  • Als schenker kun je er ook voor kiezen om de schenkbelasting voor de ontvanger te betalen. Als ontvanger dien je dan nog wel de aangifte in te vullen. De schenker betaalt in dat geval gewoon de aanslag.
  • De belastingdienst ziet partners voor de schenkbelasting als één. Krijg je dus een schenking en je partner ook, tel deze dan bij elkaar op.
  • Ook bij een schenking in goederen geldt schenkbelasting. Sommige lucky ones krijgen een auto van hun ouders. Je betaalt schenkbelasting over de marktwaarde van de auto. Op de website van de belastingdienst staat hier een rekenhulp voor opgenomen.

En nu?

Heb jij ook te maken gehad met schenkingen? Heb je nog tips of vragen? Let me know!

Follow my blog with Bloglovin